Nieuws

Share

Zo blijft u genieten van het VVPRbis-voordeeltarief op dividenden

De VVPRbis-regeling, ofwel het fiscaal gunstregime voor dividenden, werd in 2013 door de wetgever uitgewerkt. Dankzij deze maatregel daalt uw te betalen roerende voorheffing van 30% naar 15%. Tenminste, als u voldoet aan bepaalde voorwaarden. In januari 2022 wijzigde de wetgeving hier opnieuw over. Wij sommen de belangrijkste veranderingen voor u op.

Wat blijft ongewijzigd?

Wilt u dat uw aandeel in 2022 nog in aanmerking komt voor het gunstregime? Dan moet dit aandeel blijven voldoen aan de gekende basisvoorwaarden. Wij lijsten ze hieronder voor u op:

  • Kleine vennootschap: Keert u dividenden uit onder de VVPRbis-regeling? Dan moet uw bedrijf gekwalificeerd zijn als kleine vennootschap op het moment van inbreng.
  • Inbreng van geld: De uitgekeerde dividenden moeten betrekking hebben op aandelen die u hebt verworven na 1 juli 2013 via de inbreng van geld. Houd er rekening mee dat deze inbreng volledig volgestort moet zijn op het moment van de uitkering!
  • Aandelen op naam: Aandelen moeten, bij inbreng, altijd op (uw) naam gecreëerd zijn.
  • Geen overdracht/behouden in volle eigendom: Vanaf de inbreng, moeten de aandelen ononderbroken en in volle eigendom van u als aandeelhouder zijn geweest/blijven.

De regelgeving rond de wachttermijn blijft ook ongewijzigd:

Wachttermijn Tarief roerende voorheffing
1e boekjaar na dat van de inbreng 30%
2e boekjaar na dat van de inbreng 20%
(vanaf) 3e boekjaar na dat van de inbreng 15%

Zoals hierboven aangegeven, geniet u pas vanaf het 3de boekjaar, na het boekjaar van inbreng, van het meest gunstige tarief voor de te betalen roerende voorheffing. Weet dat dit gunstregime ook geldt voor winsten die nog niet werden uitgekeerd in de vorige boekjaren. Indien u langer wacht met uitkeren, kunt u dus rekenen op een mooier tarief.

Toch geen aanpassing van de wachttermijn

In het wetsvoorstel werd geopperd om de wachttermijn te laten starten vanaf de volstorting van de inbreng en dus niet bij het plaatsen van de inbreng. Dit leidde tot grote onrust, want dit zou voor veel vennootschappen een enorme verlenging van de wachttermijn zou betekenen. Deze wijziging haalde, tot grote opluchting, de wetswijziging niet.

Let wel op: De wachttermijn start bij het plaatsen van de inbreng. Op het moment van de uitkering moeten uw aandelen wel volledig zijn volgestort!

Inbreng in geld

Zoals eerder vermeld, moeten aandelen waarvoor u het gunstregime wil genieten, voortkomen uit de inbreng van geld. Als u uw aandelen hebt verkregen door een inbreng in natura of een andere incorporatie van reserves, kunt u geen aanspraak maken op dit fiscaal voordelig regime.

De wetgeving heeft hiernaast ook een antimisbruikbepaling vastgelegd. Dit verklaart dat het VVPRbis-tarief niet van toepassing is op aandelen die (indirect) verkregen zijn met liquidatiereservers vanuit een andere vennootschap.

Dan luidt de vraag; kwamen de gelden voort uit deze liquidatiereserves? Of kwamen deze van een andere spaarrekening, zoals die van een aandeelhouder-bestuurder?
De bewijsproblematiek kan aanleiding geven tot grote discussies en de kans is groot dat rechtspraak duidelijkheid zal moeten verschaffen.

Afschaffing minimumkapitaal

Vroeger lag het minimumkapitaal voor vennootschapsvormen BV en CV op € 18.500. Om te genieten van de VVPRbis-regeling, moest uw kapitaalvennootschap of andere vennootschap ook deze minimumgrens overschrijden. Ongeacht uw vennootschapsvorm was de grens altijd € 18.500. Richtte u na 1 juli 2013 een vennootschap op met een lager kapitaal? Dan kon u geen VVPRbis-gunsttarief hanteren.

Sinds1 mei 2019 zijn 2 zaken grondig gewijzigd:

  • Volledige afschaffing van het minimumkapitaal voor BV en CV. (Het benoemde minimumkapitaal heet vandaag de inbreng.)
  • Volledige afschaffing van het minimumkapitaal voor het uitkeren onder het VVPRbis-regime

Vandaag is het bedrag van de inbreng van uw vennootschap dus geen voorwaarde meer in de toepassingswaarde van dit gunsttarief.

Stel dat u op 1 januari 2021 een VOF hebt opgericht met een inbreng (het vroegere “kapitaal”) van € 3.000. Dan geniet u probleemloos van de VVPRbis-regeling. Wie een VOF oprichtte op 1 januari 2014 met dezelfde inbreng, kon dat niet.

Vraag: Kan uw VOF opgericht in 2014 en toen niet voldeed aan de voorwaarden door te weinig kapitaal, nu wel voldoen aan de voorwaarden? Met andere woorden, kunt u vandaag dividenden uitkeren onder het gunstregime? Daar bestaat nog veel onduidelijkheid over.

Als u de nieuwe wet letterlijk interpreteert, leest u dat de beoordeling gebeurt op het moment van de uitkering van de dividenden. Indien uw  VOF in 2014 niet voldeed aan de voorwaarden (maar nu wel voldoet aan de huidige voorwaarden) kunt u volgens sommige auteurs dus gebruik maken van het gunstregime. De minister en fiscus hebben hierover hun ongenoegen al duidelijk geuit. Wordt vervolgd!

Vermindering inbreng tot niet-volgestort gedeelte

Door de afschaffing van het minimumkapitaal creëerde er zich in 2019 een opportuniteit: u kon de inbreng verminderen tot het volgestorte deel. Dit was het gevolg van de aanpassing van de statuten aan het nieuwe vennootschapsrecht.

Wij verduidelijken met een voorbeeld waarover het gaat:
Een besloten vennootschap werd in 2014 opgericht met een kapitaal van € 18.600. Hiervan werd slechts € 11.300  volgestort. Bijgevolg bleef een bedrag van € 7.300 nog te volstorten. Naar aanleiding van het vennootschapsrecht, paste de vennootschap in 2020 haar statuten aan. Men besloot hierbij gebruik te maken van de vrijstelling/schrapping van de inbreng van het resterende bedrag. De inbreng werd dus teruggebracht naar € 11.300, die wel volledig is volgestort. De volledige volstorting maakt dat de vennootschap het VVPRbis-regime kan toepassen.

De nieuwe wetgeving straft deze methode resoluut af. De oorspronkelijke inbreng van uw vennootschap moet worden volgestort. In dit voorbeeld bedraagt de een inbreng dus € 18.600. De gekende vermindering van de inbreng tot het volgestorte deel, zorgt op vandaag voor een verlies aan gunstregime. Dit verlies is daarboven onherroepelijk.

Verminderde u sinds 2019 met uw vennootschap de inbreng tot het volgestorte deel? Dan krijgt u nu de kans om dit te regulariseren en uw gunstig tarief niet te verliezen. Wie voor 31 december 2022 zijn inbreng opnieuw verhoogt tot het oorspronkelijk bedrag blijft aanspraak maken op de VVPRbis-regeling.Wees er dus tijdig bij!

Preferente aandelen

We raken nog kort de creatie van aandelen aan. Weet dat dit niet zonder gevaar is. Het creëren van verschillende aandelen, met een onderscheid in winstregime (de genaamde preferente aandelen), zorgt voor het verlies van uw gunstregime. Een louter onderscheid in stemrechten vormt geen probleem.

Conclusie

De VVPRbis-regeling is een complexe materie. De verschillende voorwaarden waar u aan moet voldoen, kennen elk hun uitdaging. Heeft uw vennootschap een vrijstelling van volstorting doorgevoerd? Dan moet u dit jaar actie ondernemen om het VVPRbis-voordeeltarief op dividenden te behouden.

Blijf opletten en laat u goed bijstaan door een Fidiaz expert in uw buurt. Enkel met correct advies verliest uw vennootschap geen aanspraak op dit gunstregime.

Doe je zaak groeien. 

Al meer dan 48 jaar lang begeleidt en adviseert Fidiaz bedrijven en ondernemers op het vlak van boekhouding en fiscaliteit. Kom nu te weten hoe wij jouw zaak versterken.

Plan een afspraak